Publicatiedatum: 15 juli 2008
"Het lokaal beleid voor bedrijventerreinen is zwak," zo stelde bijzonder hoogleraar Planning, Ontwikkeling en Management Jacques van Dinteren bij zijn benoeming. En: Als de samenwerking tussen lokale overheden niet verbetert moet het Rijk ingrijpen.
Ik vind het heel herkenbaar wat Van Dinteren zegt, maar vraag me wel af of hij zich niet teveel richt op de overheden. Overheden spelen natuurlijk de eerste viool als het gaat om de ruimtelijke ordening en ontwikkeling, maar dat betekent niet dat het aanloopproces naar het besluit tot (her-)ordening of ontwikkeling ook compleet in handen moet blijven van deze overheden. Het is veel effectiever om marktpartijen vroeger in het beslissingsproces te betrekken en financieel te laten participeren bij (her-)ontwikkeling van bedrijventerreinen.
Op het moment voldoen veel bedrijventerreinen langs de randen van steden en snelwegen niet of nauwelijks aan de huidige kwaliteits- en duurzaamheidseisen. Intussen zorgt de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen voor leegloop en snellere veroudering van bestaande terreinen. Afscheid nemend Rijksadviseur van cultureel erfgoed Asselbergs gaf overigens onlangs aan dat na intensief onderzoek nog steeds niet duidelijk is hoeveel leegstand er nu in Nederland is.
Het aanleggen van nieuwe bedrijventerreinen wordt vaak door gemeenten gestimuleerd vanwege de economische aantrekkingskracht voor bedrijven, de werkgelegenheid die hieruit voortvloeit, de grondopbrengsten en de OZB-inkomsten. Herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen lijkt vaak onrendabel. Daarbij komt nog dat de bestaande waarde die aan deze terreinen wordt toegekend door aantrekkende marktcondities op papier zelfs stijgen. Die waarde ligt hoger dan de grondprijzen die worden gerekend bij uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen.
Volgens Van Dinteren zou zwak lokaal beleid dit in stand houden. Hij vergeet hierbij echter dat lokale overheden vaak onvoldoende fysieke capaciteit hebben om deze herontwikkelingen vorm te geven. Tevens hebben lokale overheden slechts beperkte toetsingscriteria. Zij hebben hierdoor niet altijd een goed zicht op een evenwichtige verdeling tussen de uitgifte van nieuwe grond en de verouderde voorraad. Zo worden soms bedrijventerreinen ontwikkeld terwijl dit niet de beste keuze is, zowel in ruimtelijk als economisch opzicht.
Er blijken weinig partijen te zijn die de kennis hebben om de lokale overheden te ondersteunen in het maken van de keus voor herontwikkeling. Het is echter cruciaal dat dergelijke partijen vroeg in het beslissingsproces worden betrokken. Dit zijn partijen die bekend zijn met het functioneren van bedrijventerreinen en het netwerk aan tafel brengen dat ervoor kan zorgen dat de herontwikkeling ook daadwerkelijk succesvol wordt. Een goed voorbeeld dat het Rijk niet hoeft in te grijpen is de provincie Noord-Brabant. Zij benaderden de marktpartijen al vroeg in een herontwikkelingsproces en lieten hen financieel participeren. Dit kost het Rijk ook nog eens minder subsidie.