Publicatiedatum: 11 maart 2008
In de aanloop naar de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten houden veel mensen zich bezig met een boodschap van een oud-presidentskandidaat: Al Gore. Hij wist in zijn film An inconvenient truth het thema milieu op de kaart te zetten zoals het jaren niet lukte. Natuurlijk stellen sceptici daarbij de nodige vragen over de daadwerkelijke invloed van de mens op het klimaat. De één is negatief over de toekomst omdat de stappen die we zetten naar milieubewust leven niet snel genoeg gaan. De ander is juist negatief omdat we onnodig kostbare stappen zouden zetten om duurzaam met het milieu om te gaan. Eerlijk gezegd gaat het mij niet om wie er gelijk heeft of niet. Ik denk dat het altijd goed is om na te denken over wat we kunnen doen om beter om te gaan met de wereld. Los van wat ik denk zorgen landelijke en Europese regelgeving, subsidies en sancties voor de nodige stimulans om nu eens echt aan de slag te gaan, persoonlijk maar ook bedrijfsmatig.
Voorheen vroeg ik me persoonlijk wel af waarom ik duurzaam zou moeten handelen en waarom ons bedrijf dit beleid moet volgen. Ben ik niet een beetje hypocriet als ik alle mensen waarmee we werken vraag om duurzaam handelen en intussen niet altijd spaarlampen koop bijvoorbeeld? Als mens, maar ook als onderneming vraag je je toch af ‘what’s in it for me’? Kost het me meer dan dat het me oplevert?
Wij kijken als onderneming om ons heen en merken dàt het oplevert. En eerlijk is eerlijk: economische noodzaak is vaak een goede motivator. Voor het ‘inconvenient truth’-tijdperk zetten we al de eerste stappen richting duurzaamheid, omdat onze klanten het wilden. Maar ook omdat het waarde toevoegde aan onze panden. Als we bijvoorbeeld panden herontwikkelden, investeerden we meteen in goede apparatuur ter verlaging van het energieverbruik en goede isolatie ter vermindering van stookkosten, aparte ruimten voor vervuilende bronnen, et cetera. Het zijn die eerste stappen naar verbetering. En daar draait het om.